“Ik ben er zo moe van”

mikael-kristenson-13641

“Het is zo essentieel dit! Bizar dat we dit niet veel beter beheersen.” Marleen ploft met een zucht neer op haar stoel na haar rollenspel met trainingsacteur Leonard. In het rollenspel ging ze in gesprek met een vader die zei dat hij niet wilde dat haar collega voor zijn kind zorgde. “Ik vertrouw haar niet”, zei hij haar. Marleen schoot eerst in de verdediging, begrijpelijkerwijs. Tot ze op het idee kwam het over een andere boeg te gooien.

De kop is er af van de serie Dialoogtraining voor persoonlijk begeleiders van ’s Heeren Loo Gelderland Midden. Gedurende een jaar volgen alle managers en persoonlijk begeleiders de training. Doel? Ervaren dat een goed gesprek het verschil kan maken. Het verschil tussen goede en en beduidend minder goede zorg.

In eerste instantie probeerde Marleen in het rollenspel de vader uit te leggen waarom de organisatie wèl vertrouwen had in deze begeleidster. Waarop de vader herhaalde waarom hij dat juist niet had. En zo pingpongden ze een tijdje heen en weer. Marleen vroeg een time out. “Ik kom niet verder zo”, zei ze tegen haar collega’s in de training. “Hoe kan ik het anders aanpakken?” We haalden de verbindingsdriehoek erbij die ik eerder had gebruikt om een casus te onderzoeken.

Schermafbeelding 2017-01-11 om 15.23.55

De verbindingsdriehoek laat zien dat je meer kans maakt op ‘verbinding’ als je op zoek gaat naar de belangen en behoeften die achter het standpunt schuil gaan. En dat op zoek gaan kan je doen, zo hadden we ontdekt, door goed te luisteren en door te vragen. Marleen waagde een nieuwe poging. “Dus u heeft er geen vertrouwen in, als mijn collega voor uw kind zorgt?” Ze bood een opening aan vader om zijn bezorgdheid te uiten. “Nee, dat zeg ik steeds, ik vertrouw haar niet, ze is onvoldoende opgeleid. Mijn dochter heeft hele complexe zorg nodig. Ik zit thuis gewoon niet rustig als zij voor mijn dochter zorgt.” Marleen kreeg de smaak te pakken: “Oh, dus u wilt er graag op kunnen vertrouwen dat uw dochter in goede handen is met alles wat ze nodig heeft en dat u thuis gerust kunt zijn als zij bij ons is.” “Ja, precies”, zei vader en zijn schouders zakten wat naar beneden, zienderogen opgelucht nu wat begrip te ontmoeten. “Het is al zo vaak misgegaan met mijn dochter. Ik ben er zo moe van. Het zal best een lieve en goede begeleider zijn, je collega, maar ik word er zo onrustig van als ik me bedenk dat zij nog niet alle diploma’s heeft.” Langzaamaan zag Marleen een opening voor een oplossing ontstaan. Voorzichtig tastte ze die af: “Wat zou u er van vinden dat we uw ongerustheid bespreken met mijn collega, zodat ze weet waar u mee zit en wat belangrijk voor u is. We vragen haar dan of ze daar extra rekening mee wil houden. We proberen het daarna een paar dagen en kijken dan of het voor u werkt?” Vader stemt in. Hij wil de gok wel wagen nu hij begrepen wordt. We ronden het rollenspel af.

“Het is zo essentieel dit! Bizar dat we dit niet veel beter beheersen.” Terugkijkend op haar rollenspel verbaast Marleen zich over het feit dat ze vanuit een automatische reactie begon met argumenteren. Later ontdekte ze het effect van een totaal andere reactie. Toen ze begon met luisteren en haar haar begrip kon tonen voor de situatie van vader, merkte ze dat hij ontspande, zich gehoord voelde en ruimte had om samen met haar naar een oplossing te zoeken. Een oplossing die niet ging over “Ja” of “Nee” en wie wint? Maar een die tegemoet komt aan ìeders belang. Nogal essentieel inderdaad.

Zo ‘bizar’ is het helaas niet dan we dit niet ‘beter beheersen’. Het zit niet in ons DNA, we worden niet zo opgeleid, we worden nauwelijks zo aangestuurd door de organisatie waar we werken en zo kan ik nog wel even door gaan over de factoren die maken dat ons gesprekken niet altijd even ‘goed’ verlopen. Blijkbaar zijn er trainingen als deze nodig om iets dat ‘zo essentieel’ is wat ‘beter’ onder de knie te krijgen.

* De naam van Marleen is niet haar werkelijke naam. De casus is fictief maar uit het leven gegrepen.